De schemering

De schemering viel
De nacht hulde een ieder onder een donkere deken
Ergens was er slechts nog maar een lichtpuntje te zien
Daar heel in de verte was het te zien

De schaduwen vormden grote gedaantes op de bomen
Het schijnsel begon al langzaam af te nemen

Ik was een schaduw en wilde alles donker hebben
Het was immers tijd voor de nacht
Ik gleed naar het schijnsel
Om te kijken wat er daar gebeurde

Ik zag ze zitten
Twee wezens vlak bij elkaar
Ik verstopte me zoals een schaduw zich verstoppen kan
en ik keek toe

Ze voerden een gesprek
maar ik wilde meer zien
Ik sloop dichterbij zoals wij dat kunnen
en bestudeerde ze van naderbij

Even kwam het gesprek tot stilstand
Beide keken ze zwijgend voor zich uit
Totdat een van hun in actie kwam

Zonder dat de ander het doorhad
kwamen ze dichter bij elkaar
Er volgden een aantal zinnen
Haast fluisterend ontsnapten ze de een

De ander keek glimlachend op
En toen verenigde ze zich met elkaar
Het gesprek werd gestaakt
Ze stonden op en liepen gesaamt

Ik bleef op mijn plek en keek ze na
Ik droomde van zo’n moment
Zo’n moment als ik daar net had gezien

Maar ik ben immers een schaduw
Een schaduw bovendien
Ik kan donker maken en langzaam wegtrekken
Maar mij voor eeuwig vestigen kan ik niet

Het is mijn lot
Mijn doel
Mijn bestemming en mijn leven
Voor eeuwig
Totdat ik het misschien wel aan een ander door zou kunnen geven.

© 2013 LDMelse Art

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *